صور الصفحة
PDF
النشر الإلكتروني

KAMERS VAN RHETORICA

TE KORTRYK.

TEN allen tyde heeft Kortryk uitgeblonken door zyne gilden en genootschappen, welke, tot in onze dagen, luisterlyk tegen die van andere steden naer de eerekroon dongen. Nog vertoonen aldaer de voet- en handbooggilden van tyd tot tyd iets dier oude pracht; en het stael my levendig voor oogen de gilde van St-Joris, in schaerlaken rokken gedoscht, eenen luisterlyken stoet te hebben zien uitmaken. Ja, in Kortryk verlustigt men zich nog in de herinnering aen die tyden, dat in het ryke Vlaenderen de pracht der ridderfeesten tot den burgerstand was overgegaen, alsdan dat hertogen en graven wedyverden om den tylel van beschermheer cener gilde te verkrygen. Gelyk overal elders, stonden, in die tyden van burgerlyke vereeniging, de Kortryksche Rederykkamers aen het hoofd der gilden van die stad, zoo wel om dat hare leden de beschaefdste klasse van het volk uitmaekten, als om den roem, dien zy in alle steden van Vlaenderen verwierven. In onze dagen zelfs hebben wy het mogen bewaerheid zien, wat over eene eeuw de Kortryksche rederyker WILLEM SURMONT Zong:

Want Cortrijck is het hoofd der Vlaemsche smalle steden,
Die noch dees const bewaert tot op den dagh van heden,
Mids sy van ouden tijdt vermaerdt was door het lant,
Veel lof, veel eer en prijs behaelt heeft t'allen cant.

SANDERUS en GRAMMAYE spreken van drie Kortryksche kamers van rhetorica: van de Barbaristen, de Fonteinisten

374615

en de Kruisbroeders, als hebbende op onderscheidene landjuweelen en refereinfeesten pryzen bekomen. Later bestond er eene vierde kamer, blykens het opschrift eener ongedrukte bloemlezing uit kortryksche dichters, in de boekzael van den heer WILLEMS berustende, gelyteld: Cortrijksche poësie, uytgegalmt op DE VIER REDERIJCKE KAMERS der voornoemde stadt, bestaende in hondert diversche refereynen en andere rijmgedichten by een vergadert door Philips van Renterghem, liefhebber der selve conste, 1755.

Doch in dit, op ééne bladzyde na volledig handschrift, staet de naem dezer vierde kamer nergens vermeld. Sedert heb ik dien gevonden in de onuitgegevene Aenteekeningen dienstig tot de historie der stad Cortryk en omstreeks, van GOETHALS-VERCRUYSSE. Het was de kamer der Hovelingen, met kenspreuk: Den geest swiert in den hof, kunst en eendracht minnaers 1. Meer heb ik er niet van kunnen opsporen. Misschien leefde ze in het begin dezer eeuw nog voort in de maetschappy der Vredeminnaers, bygenaemd Papieristen, die zich ook van tyd tot tyd met tooneelvertooningen verlustigden.

KAMER VAN SINTE BARBARA.

(Barbaristen.)

Zy droeg tot kenspreuk Godt voedt veel zotten, en schynt de oudste kamer van Kortryk te wezen, reeds in 1427 bestaende, wanneer zy, eene zekere somme gelds by erfenis verkregen hebbende, eene kapel bouwde. Zy behaelde pryzen op onderscheidene landjuweelen, als in 1431 te Brugge, in 1441 te Sluis, in 1462 te Audenaerde, in 1464 te Dendermonde, omtrent welken tyd zy ook lau

1 HS. van den heer GOETHALLS-VERCRUYSSE, deel XIII, bl. 5185.

[subsumed][merged small][graphic][subsumed][subsumed]
« السابقةمتابعة »