De dichtwerken, المجلد 1

الغلاف الأمامي
 

ما يقوله الناس - كتابة مراجعة

لم نعثر على أي مراجعات في الأماكن المعتادة.

الصفحات المحددة

طبعات أخرى - عرض جميع المقتطفات

عبارات ومصطلحات مألوفة

مقاطع مشهورة

الصفحة 203 - t vragen , En ziet haar vorschend aan. Haar mond verbleekt en siddert. Haar hart begint te slaan. Zy slaat haar oogen neder, En hals en borst wordt rood: Zy voelt haar knien schudden; Haar leden, koud als lood. Zy wil, maar kan niet spreken, En ziet, noch denkt, noch hoort; Noch weet den blik te ontduiken, Die door haar
الصفحة 202 - t blinkend eerlivrij. Zy zag de Baanderollen Van Graaf en Koningskind In duizend bochten golven , En zweven op den wind. Haar oog begon te glanzen Van schuldelooze vreugd, En dwaalde , vol verrukking , Door al de Ridderjeugd. Ach , zeg my , riep zy driftig , Van argwaan ongewis, Wie onder al die Ridders De Graaf van Holland is.
الصفحة 67 - t grijnzen van de dood ! De zwartgekroesde hairen Door 't ronnend bloed gesleurd ! Den vetten hals geschonden, En van den romp gescheurd ! Dit zag ik , en mijne oogen , Hoe hebt gy 't kunnen zien ? En, zonder weg te smelten?
الصفحة 28 - Hij spart en staart en wieken uit , En heft zich naar den hoogen: Ploft neer, en schept in 't spattend nat Een paar van regenboogen: Rijst weer, met opgesteken' kop En uitgebreide pennen, En kneedt en klieft de dunne lucht , En — is niet meer te kennen.
الصفحة 201 - t rijpend graanbed staat. Zy droeg een gouden keten Met diamanten boot; Die hong haar van de schouders , En wapperde in haar' schoot. Haar volle boezem zwoegde, Haar nieuwsgier oog vloog rond, Een blos besteeg haar wangen , Een lach, haar heuschen mond. Zy zag de fiere Ridders , Versierd met zijde en goud; Zy zag hun fiere rossen , Op hun berijders stout.
الصفحة 26 - En met een' trotsgebogen' hals Den landstroom op te varen: Daar was hij Heiles zoetst vermaak Door 't schittren van zijn pluimen: Daar voedde hem heur blanke hand Met keur van tarwekruimen. Maar thands, in haar' ontroostbren rouw, Van dag tot dag vergeten, Thands aasde hij op 't enkle kroos, En lisch, en waterbeeten.
الصفحة 427 - t kraken van den voet Door de afgeworpen blaan. De pijlen ramm'len door 't gerucht; De boogstreng krakt en drilt ; De schicht vliegt schuiflend door de lucht; De bloedstroom ruischt om 't wild.
الصفحة 201 - Een lach, haar heuschen mond. Zy zag de fiere Ridders , Versierd met zijde en goud; Zy zag hun fiere rossen , Op hun berijders stout. Zy zag die fiere rossen, Met Korduaan getoomd , Bekleed met purpren dekken , Met franjen rijk omzoomd. Zy zag de Ridders draven Op 't steigerende ros , Het moedig hoofd omwemeld Met struis- en reigerbosch. Zy zag hun wapens blinken , Met kleuren groots bemaald; Hun breede bandelieren , Beschilderd met de naald. Zy zag de wapenschilden, Gedragen rij aan rij , Door rijkgedoschte...
الصفحة 427 - t oor; En 't kusgeklap op mond en wang Klonk somtijds dwars daar door. Nu ving zy van de wildbaan aan En zong Dianes stoet. Men hoorde 't kraken van den voet Door de afgeworpen blaan.
الصفحة 302 - t gezicht. "Wees welkom (zegt zy), vreemdeling; "Ontschuil hier 't baldrend weer, "En smaak hier 't brood va» onze teelt, "En zit bemoedigd neer. "Zie daar een zetel; hier den disch, "Met avondbrood gedekt; "En 't zachte leger wordt gespreid, "Dat gy uw leden strekt!

معلومات المراجع